De man met 36 miljoen liedjes


Paul Mawhinney, de man met ‘s werelds grootste particuliere platenverzameling doet na 41 jaar met veel pijn en moeite afstand van zijn levenswerk. Op het gebied van dwangmatige verzamelwoede, waar ik volgens sommigen ook aan lijd, is Mawhinney de ongekroonde koning. De eenzame verzamelaar, die vanuit zijn goudmijn moedeloos blijft waken over het meest waardevolle bezit dat de muziekwereld ooit heeft gekend, schijnt als een van de weinigen te begrijpen wat hij in huis heeft. Eenzaam omdat extreme verzamelaars hun passie meestal niet kunnen delen met degenen die hen dierbaar zijn. Misschien is dat wel de reden dat er op allerlei gebieden bijeenkomsten worden georganiseerd waar lotgenoten elkander opzoeken en hun passie kunnen delen. Zou een bewonderenswaardig man als Mawhinney überhaupt met iemand zijn passie kunnen delen? Jazeker, tot op zekere hoogte met zijn vrouw.

The Largest Record Collection in the World
Paul Mawhinney kocht in 1951 zijn eerste single, Jezebel van Frankie Laine. Sedert die aankoop is hij nooit meer gestopt met het kopen van vinyl. Zijn verzamelwoede nam met de jaren toe en nu anno 2010 bezit de ultieme platenverzamelaar maar liefst 1 miljoen lp’s, bijna 2 miljoen singles en 600.000 cd’s in alle mogelijke genres. Onder druk van zijn vrouw begon Mawhinney een platenzaak te Pittsburgh. Record-Rama werd een begrip en stond te boek als The Largest Record Collection in the World. Naar eigen zeggen had hij destijds 60.000 lp’s bij elkaar gesprokkeld. Maar in plaats van te verkopen, breidde de man zijn verzameling alleen maar verder uit. In 2002 verkocht hij in enkele weken nog 300.000 cd’s, inmiddels bezit hij weer het dubbele van dat verkochte aantal. Zo werd Mawhinney behalve verzamelaar geleidelijk archivaris. Hij bleef meer kopen dan hij kon verkopen en sinds februari 2008 zijn de deuren van ‘s werelds best geassorteerde platenzaak definitief gesloten. Een spijtig gegeven, aangezien ik graag eens een kijkje zou willen nemen in zijn goudmijn. Mawhinney schijnt te kampen met financiële en gezondheidsproblemen en zou daardoor genoodzaakt zijn om de verzameling te versjacheren. Versjacheren ja, omdat de waarde ervan op 50 miljoen dollar wordt geschat. Volgens Mawhinney zou een bod van het luttele bedrag van 3 miljoen dollar voldoende zijn voor deze buitenproportionele collectie. Mawhinney, die al ruim tien jaar bezig is met de verkoop van de verzameling, wacht nog altijd op de verlossing. Maar is er een particuliere miljonair die deze bonte verzameling in zijn kasteel kwijt kan? Tot nu toe heeft er zich nog geen aangediend. Mawhinney hoopt dan ook dat een museum of bibliotheek zijn collectie overneemt. Een optie was ‘s werelds grootste bibliotheek, Library of Congress maar wegens bezuinigingen kon deze bibliotheek geen goed bedrag bieden. The Library of Congress heeft geconstateerd dat in de periode 1948-1966 van Mawhinney’s collectie 83% nooit gedigitaliseerd is en dus niet in de winkel te verkrijgen. Wat anders kan deze man doen dan lijdzaam wachten en toekijken totdat er iemand opstaat en zijn archief durft op te kopen?
Stel, een album bevat gemiddeld tien nummers, dan heeft Mawhinney ruim 36 miljoen liedjes. Voor het gemak reken ik met een nummer van gemiddeld drie minuten. Dit betekent dat je 20 nummers in een uur kunt luisteren. Paul Mawhinney zou 410 jaar moeten worden om al zijn liedjes überhaupt te kunnen beluisteren. Let wel, hij moet dan 12 uur per dag met muziek bezig zijn maar dat geheel terzijde.

Koper gezocht
Inmiddels heeft Mawhinney zijn verzameling op eBay geplaatst en heeft de eerste en zeker niet de laatste valse bieder een bod uitgebracht. Ik snap het hoogstwaarschijnlijk niet maar zou het geen nobel gebaar van de directeur van Universal Records zijn om Mawhinney maar vooral de gehele mensheid een dienst te bewijzen en het wereldarchief op het gebied van popmuziek over te nemen? Het frappante is dat topmannen van gigantische platenmaatschappijen blijkbaar meer geïnteresseerd zijn in het ontdekken van YouTube-artiesten dan in de geschiedenis van de popmuziek. Voor het gemak noem ik het de geschiedenis van de popmuziek omdat deze verzameling misschien wel het meest complete archief van de popmuziek is. Dat de eigenaar van de grootste platencollectie ter wereld al jaren opzoek is naar een nieuwe tuteur is toch op zijn minst werkwaardig te noemen.

Vastleggen
Hoe langer ik me in deze materie verdiep, des te meer vragen die bij me oproept. Een ding staat vast: deze man is een levende encyclopedie, een bijna mythisch persoon waar elke platenverzamelaar schuim in zijn mondhoeken van krijgt. Een documentaire waardig aldus mijn bescheiden mening. Misschien komt er ooit een egodocument waarin Paul Mawhinney zijn verhaal mag doen, maar vooral met antwoorden komt, want ik heb hem zo veel te vragen. En ik denk dat ik niet de enige ben.