Nooit geweest zoals hij graag had willen zijn


‘Dag jongen,’ de buurman van de overkant knipoogde toen ik hem aankeek.
Hij maakte zijn ronde. Zijn rimpels waren, nu de zon straalde, goed te zien.
‘Vindt ie heerlijk hè!’ Hij sprak weloverwogen terwijl hij wat aan zijn oorbel friemelde. Zijn dweiltjes sukkelden achter hem aan. Het was werkelijk prachtig weer voor de tijd van het jaar.
Midden op straat lag Zozo zijn rug te schuren aan de ruwe stoeptegels. Bang voor honden is hij nooit geweest, zolang ze maar niet blaffen of onverwachte bewegingen maken. Wat dat betreft lijkt hij erg op mij. Zozo was na enkele strekoefeningen opgestaan en snuffelde wat rond, zijn staart iets dikker dan normaal. Ook de twee hondjes leken geïnteresseerd.
‘Is die kanjer al terecht?’ Ook hij bleek op de hoogte van ons verlies. Maar natuurlijk, iedereen in de buurt kent de meneertjes Iza en Zozo.
Iza die, samen met zijn broertje te vroeg bij zijn moeder is weggehaald, als kitten uit het raam viel en zijn poot brak. Iza die onder een bus terecht kwam en na een paar uur toch ongedeerd op zijn vaste stek in de bosjes van de schrik bijkwam. Iza die nu al ruim drie maanden van huis weg is.
‘Nee nog steeds niet en ik vrees dat hij niet meer thuis zal komen. Hij heeft veel meegemaakt en misschien is hij nooit geweest zoals hij graag had willen zijn.’ Ik liep met hem mee richting het centrum. De grote boodschappentas netjes opgevouwen onder mijn arm.
‘Ja, je weet het niet. Ik heb deze week afscheid van mijn Siamees genomen. Vijftien jaar, oud voor een raskat.’ Voegde hij aan zijn woorden toe.
‘Het moeilijkste is dat jij geen afscheid hebt kunnen nemen terwijl je eigenlijk weet dat hij niet meer zal komen. Ook huisdieren maken deel uit van het gezin. Mensen willen dat nog wel eens vergeten. Stiekem blijven hopen ondanks je weet dat je het verlies moet accepteren. Ik hoop dat ie ergens een mooi leven heeft.’ De buurman van de overkant haalde te midden van de busbaan een steentje uit zijn pantoffel. Zijn sok leek versleten en zijn teen zichtbaar.
‘Kom dames, we moeten oversteken.’ Hij stak heel rustig het fietspad over.
‘Die andere kat moet je extra liefde geven. Voor hem is het verlies het grootst.’ Hij knipoogde wederom en salueerde met zijn hand.
Stapsgewijs ging ik na wat er nog in de koelkast stond. Ik maak geen boodschappenlijstjes. Ik besloot om via een omweg naar de supermarkt te gaan, langs Pets Place.